Titel

Kennis over het hiernamaals

Geplaatst door

Titus Rivas   (publicatiedatum: 28 August, 2006)

Samenvatting

Kennis over het hiernamaals kan gefundeerd worden op de vergelijking tussen bijnadoodervaringen en tussenperiodeherinneringen


Tekst



Kennis over het hiernamaals: heel wat meer dan niets

door Titus Rivas

Zowel in de grote wereldreligies als bij de natuurgodsdiensten komen voorstellingen voor van een hiernamaals. Antropologen hebben aangetoond dat deze al net zo kunnen verschillen van elkaar als de talrijke godsbeelden. Zelfs een symbolische interpretatie biedt wat dat betreft geen soelaas als we de verschillende overleveringen met elkaar in verband willen brengen.
Volgens sommige tradities is het hiernamaals voor de meesten van ons slechts een tijdelijke verblijfplaats van waaruit we terug zullen moeten keren naar deze wereld. Voor andere is er geen aparte wereld of dimensie waar we na onze dood in verblijven, maar alle geesten van overleden mensen dolen gewoon op deze aarde rond. Volgens de Maya's verlangen overledenen naar reïncarnatie omdat het leven in het hiernamaals veel minder aantrekkelijk zou zijn dan het fysieke leven. De oude Grieken hadden een voorstelling van een schimmige Hades waarin overledenen nog maar een trieste schaduw van zichzelf zouden zijn. Terwijl moslims het paradijs juist weer voorstellen als een sensuele lusthof. Samengevat kunnen we geen coherent beeld distilleren uit de talloze menselijke voorstellingen van een hiernamaals. Willen we daarom via een wetenschappelijke methode komen tot een aannemelijk beeld van wat we na de dood mogen verwachten, dan kunnen we in plaats van de genoemde vergelijkingen tussen godsdiensten en mythen beter onze toevlucht nemen tot de parapsychologie.
Er zijn twee naturalistische deelgebieden van de parapsychologie die samen bij uitstek geschikt lijken op dit punt, namelijk het onderzoek naar bijna-doodervaringen (BDE's) en dat naar herinneringen aan een tussenperiode bij kinderen die zich een vorig leven kunnen herinneren. We zullen daar in dit artikel (en hoofdstuk van Uit het leven gegrepen) kort bij stilstaan.

Bijna-dood en dood geweest
Bijna-doodervaringen (die op zichzelf al gedeeltelijk inhoudelijk bekrachtigd worden door sterfbedvisioenen) en herinneringen aan een tussenperiode bij kinderen die zich een vorig leven herinneren bevestigen elkaar onderling op allerlei punten waar het gaat om ervaringen met een hiernamaals. De overeenkomsten zijn vele malen eenduidiger dan de overeenkomsten tussen religieuze en mythologische voorstellingen daarvan. Dat is op zich al heel opmerkelijk omdat men op basis van de genoemde grote narratieve diversiteit ook een enorme verscheidenheid aan ervaringen zou verwachten. Sceptici zeggen daar overigens geregeld over dat de overeenkomsten sterk overdreven worden en dat er zelfs betrekkelijk veel 'uitzonderingen' bestaan die helemaal niet passen in het standaardbeeld. De meeste gemelde bijna-doodervaringen zijn bijvoorbeeld erg positief, maar er zijn ook angstaanjagende bijna-doodervaringen bekend met visioenen van een soort helse oorden met afzichtelijke wezens. Dat neemt echter nog steeds niet weg dat er veel meer overeenstemming is dan je vanuit de culturele verschillen zou verwachten. Ook tussen bijna-doodervaringen en herinneringen aan een tussenperiode bij kinderen die zich een vorig leven kunnen herinneringen bestaan opmerkelijke overeenkomsten. Sceptici zien dit alles graag over het hoofd of proberen het af te doen met eenvoudige algemeen-menselijke psychologische processen die aan de basis zouden liggen van niet meer dan fantasiebeelden. Daarbij voor het gemak vergetend dat je juist op basis van de cultuurpsychologische en ontwikkelingspsychologische verschillen veel meer verschillen en veel minder overeenkomsten zou verwachten. Ik zal hun voorbeeld dan ook niet volgen, maar later in dit artikel in plaats daarvan wijzen op een mogelijkheid om zowel de overeenkomsten als de verschillen theoretisch te plaatsen in een coherent model.

De locatie van het hiernamaals
Het is hoe dan ook te verwachten dat als er een hiernamaals bestaat, deze wereld in diverse opzichten zal verschillen van de fysieke wereld waar we ons tijdens het aardse leven in bevinden. Er is namelijk nog nooit langs gangbare natuurwetenschappelijke wegen een plaats aangetroffen in deze wereld die overeen zou komen met genezijde.
Het is duidelijk dat veel religies hier heel anders over dachten of nog steeds denken. Ze plaatsten het verblijf van de zielen in het hiernamaals heel vaak op een sfeer (bolvormige laag) om de aarde, op een andere planeet of ster, of in een bepaalde landstreek of een letterlijk opgevatte onderwereld. Dit is niet zo verwonderlijk omdat ook de meeste goden gelokaliseerd werden in het fysieke universum, b.v. op de Griekse Olympus, in een bepaald sterrenbeeld of domweg in een tempel of gesneden beeld daarbinnen. Termen als hemel en hel verwijzen nog steeds naar fysieke voorstellingen van het hiernamaals. Sinds de zogeheten 'onttovering' van het wereldbeeld door de moderne wetenschap is er weinig ruimte meer voor fysieke plaatsen die gereserveerd zouden zijn voor bovennatuurlijke wezens. Kosmonaut Yuri Gagarin grapte dan ook dat hij God niet had ontmoet tijdens zijn 'hemelreis'.
Niet iedereen is het trouwens eens met de natuurwetenschappelijke opvattingen van de hemelen. Er zijn bijvoorbeeld bepaalde groeperingen die contact menen te hebben met bovenaardse wezens die in andere sterrenstelsels zouden wonen en onze spirituele leraren zouden zijn. Sommige katholieken menen dat God elders in het heelal planeten heeft bereid waarop we na het laatste oordeel eeuwig kunnen voortleven.
Ook zijn er nog aanhangers van occulte stromingen die denken dat zielen een ontwikkeling doormaken waarbij ze opklimmen van de ene planeet naar de andere.
De oude filosofische posities van het dualisme en idealisme maken het mogelijk om over de plaats van het hiernamaals te denken als over een niet-fysieke 'plaats', d.w.z. een (deel van een) psychische 'ruimte' die niet overeenkomt met de fysieke ruimte. Ook de hedendaagse natuurkunde biedt eventueel uitkomst, door uit te gaan van de mogelijkheid dat er meer fysieke dimensies bestaan. Deze opmerkingen vind ik nodig om aan te geven dat het wel degelijk houdbaar is om uit te gaan van een reëel hiernamaals dat zich niet alleen bevindt in de subjectieve beleving van de overledenen zelf. Er kan tenminste sprake zijn van een intersubjectief bestaande andere dimensie aan gene zijde, ook al kunnen we haar niet ruimtelijk lokaliseren binnen de ons bekende fysieke wereld.

Waarin komen ervaringen overeen
Het is zoals ik al zei erg onaannemelijk dat de talrijke overeenkomsten tussen bijna-doodervaringen (BDE's) en tussenperiodeherinneringen (TPHs) op niet meer dan primitieve universele fantasieën berusten. In plaats daarvan wijzen dit soort overeenkomst wel degelijk op een contact met het hiernamaals.
Laten we eens kijken waarin BDE's en TPHs zoal overeen kunnen komen als het gaat om genezijde:

(1) Telepathisch contact met Wezen van Licht
Er vindt in het hiernamaals telepathisch contact plaats met een of meer hogere, spirituele wezens.
Een voorbeeld:
BDE: een jongen van zestien, Dean, herinnerde zich dat hij een wezen zag dat ongeveer twee meter lang was, een lang, wit gewaad gedroeg en goudkleurig haar had. Hij straalde liefde en vrede uit.
TPH: Toen 'Christina' uit Malden in haar vorige leven stikte in een brandend huis te Arnhem, kwam er een vrouw in een lang wit kleed aan. Ze is met die vrouw door de vlammen heen gegaan. Ze zijn vervolgens 'naar boven gegaan'. Daarna werd er tegen haar gezegd dat ze gestorven was in de brand, maar waarschijnlijk opnieuw geboren mocht worden.
(2) Kennis over het afgelopen leven
Er is in de andere wereld op de een of andere manier betrouwbare kennis aanwezig over het zojuist (bijna) afgesloten leven.
Een voorbeeld:
BDE: Een man die bijna doodgevallen was, zag hoe zijn leven voorbijflitste. Hij voelde zich elke keer beschaamd als er iets stoms dat hij gedaan had, aan hem werd getoond.
TPH: S. uit Amsterdam herinnerde zich dat er een plaats was waar iemand dingen opschreef 'voor joden en christenen', wat wijst op registratie van alle daden van stervelingen.
(3) Contact met overledenen
Er kan in de andere wereld communicatie plaatsvinden met (andere) overledenen.
Een voorbeeld:
BDE: Iemand die een hartaanval had gehad, zag zijn vader voor hem staan. Ze babbelden heel natuurlijk met elkaar en hij maakte grapjes met hem over zijn broer.
TPH: Stephen Ramsay uit Blackpool herinnert zich dat hij veel vrienden aan de andere kant had, d.w.z. overledenen zoals hijzelf.
(4) Schoonheid
De andere wereld zou in zowel visueel als auditief opzicht prachtig zijn
Een voorbeeld:
BDE: De Nederlandse Myriam werd aangetrokken door een soort muziek en warmte. Het was er onwaarschijnlijk mooi, mooie bomen, planten en bomen. Ze voelde er een onmetelijke rust en ontspanning. Ze had een heerlijk, zalig gevoel en dacht: 'Wat is het hier mooi!' Ze wilde daar dan ook blijven.
TPH: De Nederlandse jongen 'Kees' vond het moeilijk om de andere wereld precies te beschrijven. Die paste niet op een diabeeldje en was niet te tekenen. Hij zei verder dat hij zijn eigen plekje aan een prachtige blauwe waterval had, die klaterde onder en boven een bloemenperk.
(5) Gemeenschappen
Er zijn plaatsen in de andere wereld waarin meerdere zielen geconcentreerd zijn.
Een voorbeeld:
BDE: Dannion Brinkley ging naar een stad van licht, met kathedraalachtige gebouwen.
TPH: S. uit Amsterdam herinnerde zich verschillende plaatsen in de andere wereld, die ze aanduidde met Hebreeuws en Jiddisch klinkende namen, waaronder Kfar-El, Ha Binah en Adenberg, etc.
(6) Liefde en licht
Hogere wezens zorgen voor het welzijn en de ontwikkeling van de persoon.
Een voorbeeld:
BDE: Dannion Brinkley beweert dat hij les kreeg van hogere wezens over genezen.
TPH: Lorna Taylor uit Plymouth herinnert zich dat Jezus (sic) haar af en toe kwam bezoeken om haar en anderen ‘levend licht’ te brengen en hen daarmee te helpen.
(7) Voorbereiding op het aardse leven
Zielen worden indien nodig door hogere wezens voorbereid op de terugkeer naar het aardse leven.
Een voorbeeld:
BDE: Een vrouw herinnerde dat men haar vertelde dat bepaalde ervaringen nodig waren voor haar geestelijke ontwikkeling.
TPH: 'Christina' uit Malden mocht van een engelachtig wezen zelf haar moeder uitkiezen en werd er daarna op voorbereid dat ze nog een bepaalde periode moest wachten.
Naar aanleiding van deze overeenkomsten mogen we veronderstellen dat de Bijna-Dood Ervaringen van zielen die weer zullen reïncarneren, in geval van overlijden overgaan in TPHs, die slechts een nieuw element lijken te bevatten, namelijk voorbereiding op reïncarnatie in plaats van terugkeer in het oude lichaam.

Verklaring van de verschillen
BDE's onderling en BDE's en TPHs vertonen opmerkelijke overeenkomsten. Maar hoe kunnen we de verschillen nu verklaren? BDE's leveren daar mogelijk zelf de sleutel toe. In bepaalde bijna-doodervaringen is namelijk sprake van de scheppende kracht van de geest. De andere wereld zou geen fysieke wereld zijn zoals we die hier kennen, onderhevig aan allerlei fysieke wetmatigheden, maar een psychogene wereld die voortkomt uit de geest. De overeenkomsten zouden dan verklaard moeten worden uit het gegeven dat de andere wereld een gemeenschappelijke wereld is die ook gedeeld wordt door hogere wezens. De verschillen kunnen op hun beurt verklaard worden door individuele verschillen in herinneringen en voorstellingen. Wat dit betreft is het bekend dat helse BDEs soms uiteindelijk toch uitmonden in klassieke BDEs met een hemels Licht.

Andere bronnen
Naast bijna-doodervaringen en tussenperiodeherinneringen zijn er nog een paar methodes bekend die er aanspraak op maken betrouwbare kennis over genezijde te leveren. Dit zijn de paragnostische methode, uittredingen ofwel astrale projectie, verschijningen, transcommunicatie en spiritistische seances. Er kleven echter helaas bepaalde extra moeilijkheden aan deze methoden waar we niet mee te maken hebben bij BDE's en TPHs. Bij helderziendheid, uittredingen en actieve spiritistische seances is doorgaans sprake van een actief zoeken naar gegevens over het hiernamaals. Het probleem daarbij is dat naarmate onderzoekers meer weten over de literatuur op dit gebied hun resultaten daar sterk door beïnvloed zouden kunnen zijn. Een bezwaar dat niet geldt voor de eerste geregistreerde bijna-doodervaringen. En nog minder voor de tussenperiodeherinneringen van kinderen van ouders die niet eens in reïncarnatie geloofden en zeker niet op de hoogte waren van de (nog steeds) erg schaarse literatuur over dit soort herinneringen. Iets dergelijks geldt ook voor veel vormen van transcommunicatie van mogelijke overledenen via elektronische apparaten en voor verschijningen van onbekenden. Eigenlijk ontsnappen alleen spontane ervaringen van ongeïnformeerde waarnemers zoals jonge kinderen aan deze kritiek, evenals ervaringen met onbekende overledenen van wie men het historisch bestaan wel kan vaststellen.
Overigens komen zowel de minder bruikbare als de bruikbaardere alternatieve bronnen wel degelijk overeen met het hiervoor geschetste plaatje.
Een mooi voorbeeld hiervan wordt gevormd door de volgende passage in het boek Spirituele reizen tussen leven en dood van het Amerikaanse medium James van Praagh: "In deze grootse gebouwen treft men elke vorm van onderwijs aan: van kunst, muziek, taal, filosofie tot de wetenschappen. Elke hal der kennis heeft zijn eigen gedachtesfeer. Deze sfeer wordt gecreëerd door de gevoelens van mensen die zich vol vreugde overgeven aan hun interesses en door de liefde van de architect die zijn kennis heeft gebruikt voor het ontwerp van het gebouw. Iedereen deelt in de intentie van het gebouw en in het visioen van degene die het heeft geschapen" (blz. 57).
Het voornaamste verschil is wel dat sommige paragnosten en zieners, zoals Emmanuel Swedenborg, en bepaalde 'entiteiten' bij séances melding maken van het opstijgen van zielen naar hogere sferen, terwijl ik daar nog geen voorbeelden van ken bij tussenperiodeherinneringen.

TPHs als maatstaf
Dit alles brengt me ertoe om binnen de speurtocht naar kennis over het hiernamaals vooral veel nadruk te leggen op tussenperiodeherinneringen. Het gaat er namelijk om dat het hierbij meestal herinneringen betreft van kinderen die in ieder geval al de waarheid lijken te spreken over hun vorige leven, en die bovendien ongeïnformeerd plegen te zijn over vergelijkbare ervaringen van anderen. Dat geeft deze herinneringen volgens mij een speciale puurheid en authenticiteit. Daarom denk ik dat we niets hoeven aan te nemen over de andere wereld wat niet expliciet bevestigd lijkt worden door TPHS. Andersom geldt waarschijnlijk dat we behoorlijk zeker mogen zijn van een aspect van genezijde als het eenmaal bevestigd is door een herinnering aan een tussenperiode.

Grenzen aan de menselijke kennis
Een door velen gedeelde overtuiging luidt dat de menselijke kennis niets kan omvatten wat betrekking heeft op het leven na de dood. Het reïncarnatieonderzoek naar herinneringen aan vorige levens heeft volgens mij voldoende aangetoond dat deze overtuiging domweg onjuist is. En de overeenkomsten tussen met name BDEs en TPHs laten zien dat we zelfs iets te weten kunnen komen over een hiernamaals dat voorafgaat aan iemands eventuele reïncarnatie. Desondanks mogen we daar nog niet uit concluderen dat we het hiernamaals reeds als stervelingen helemaal in kaart zullen kunnen brengen. Onze kennis zal altijd indirect en beperkt blijven, hoezeer dit ook verschilt van helemaal geen kennis. Ik moet wat dat betreft altijd denken aan het verhaal van twee rooms-katholieke monniken die hun leven lang met elkaar hadden geboomd over hoe het Eeuwige Leven na de dood eruit zou zien. Ze kwamen met elkaar overeen dat diegene van hen die het eerst zou komen te overlijden het jaar daarop zou verschijnen aan zijn vriend. En als het leven in de Hemel inderdaad zo was als zij gedacht hadden, zou hij mogen volstaan met het Latijnse woord 'taliter' dat hier neerkomt op: Het is zoals we ons voorstellen. Als de eeuwigheid echter afweek van wat ze zich hadden voorgesteld, zou hij moeten zeggen: 'aliter' (Het is anders).
Na verloop van tijd kwam één van hen te overleden en uiteindelijk brak de dag aan waarop hij precies een jaar geleden gestorven was. Hij verscheen omringd door een licht in de cel van zijn vriend. De andere monnik vroeg hem onmiddellijk: "Is het zoals we ons hadden voorgesteld?" De ander bewoog zijn hoofd en zijn lippen brachten de woorden voort: "Totaliter aliter", dat wil zeggen: "Het is totaal anders."
Maar dat neemt niet weg dat het al hier op aarde de moeite loont om zoveel mogelijk van wat er aan Licht van die andere wereld in de onze doordringt vast te leggen. Wat dat betreft lijken wetenschappers op dit gebied een beetje op de astronomen die van een enorme afstand de maan in kaart brachten, ook al waren het pas de astronauten die er daadwerkelijk kwamen.

Dit artikel verscheen in 2001 als 'Heel wat meer dan niets: herinneringen aan een 'tussenperiode'.' in Prana, 127, 89-93 en is opgenomen in de bundel Uit het leven gegrepen: beschouwingen over een leven na de dood.

Contact: titusrivas@hotmail.com