Titel

De relatie tussen reïncarnatieherinneringen en BDE's

Geplaatst door

Titus Rivas   (publicatiedatum: 29 April, 2011)

Samenvatting

In dit artikel van Titus Rivas worden raakvlakken aangegeven tussen onderzoek naar BDE's en parapsychologisch reïncarnatieonderzoek.


Tekst

 
De relatie tussen reïncarnatieherinneringen en BDE's: wat heeft dat nu met elkaar te maken?
door Titus Rivas1

Samenvatting
In dit artikel worden raakvlakken aangegeven tussen onderzoek naar BDE's en parapsychologisch reïncarnatieonderzoek naar herinneringen aan vorige levens bij jonge kinderen. Beide terreinen zijn controversieel en staan onder vuur van skeptici. Kinderen met herinneringen aan een vroegere incarnatie hebben soms ook herinneringen aan hun dood die sterk lijken op bijna-doodervaringen. BDE-ers kunnen tijdens hun bijna-doodervaring informatie krijgen over eigen vorige levens of die van anderen. Reïncarnatieherinneringen gaan soms gepaard met herinneringen aan een spirituele wereld en de terugkeer daaruit.

Inleiding
Herinneringen aan vorige levens horen niet bij de kernthema's van stichting Merkawah. Sommige donateurs kunnen zich dan ook afvragen of het onderwerp wel ooit in Terugkeer ter sprake zou mogen komen. In dit beknopte artikel wil ik daarom graag enkele raakvlakken aanstippen tussen reïncarnatieonderzoek en onderzoek naar bijna-doodervaringen.
Daarbij moet ik eerst duidelijk maken wat ik hier bedoel met reïncarnatieonderzoek. Ik heb het voornamelijk over het parapsychologische onderzoek naar spontane herinneringen aan vorige levens van jonge kinderen (peuters en kleuters). De onderzoeker die het meeste werk verricht heeft op dit gebied was wijlen dr. Ian Stevenson van de (Amerikaanse) Universiteit van Virginia te Charlottesville. Hij is inmiddels opgevolgd door kinderpsychiater Jim Tucker. Daarnaast zijn er nog enkele onderzoekers actief zoals Erlendur Haraldsson, Antonia Mills, Jürgen Keil, Satwant Pasricha, Kirti Swaroop Rawat, Vitor Moura Visoni en Dieter Hassler. Zelf hou ik me samen met Anny Dirven ook al jaren met dit terrein bezig en we hebben er reeds een aantal bescheiden bijdragen toe mogen leveren.

Het parapsychologisch reïncarnatieonderzoek heeft mijns inziens bijzonder indrukwekkende resultaten opgeleverd. Veel kinderen blijken specifieke uitspraken te doen over het leven van iemand die voor hun geboorte overleden is en van wie zij of hun omgeving in hun huidige bestaan nooit iets hebben vernomen. Het gaat bijvoorbeeld om details als namen, plaatsnamen, beroepen, relaties, gedenkwaardige gebeurtenissen en doodsoorzaken. De kinderen zijn verder niet opvallend paranormaal begaafd, en hun correcte uitspraken beperken zich doorgaans tot het leven van de persoon die ze volgens henzelf geweest zouden zijn. De uitspraken die ze doen gaan vaak gepaard met sterke emoties en verlangens, en de kinderen zijn ervan overtuigd dat ze echte herinneringen hebben aan een tijd voordat hun lichaam verwekt was. Hun herinneringen blijven meestal enkele jaren bewust aanwezig. In een aantal gevallen vertonen de kinderen ook vaardigheden die ze in dit leven nooit hebben geleerd en samenhangen met het vorige leven, zoals het bespelen van een muziekinstrument. Sommige kinderen hebben aangeboren afwijkingen en moedervlekken die overeen blijken te komen met bijvoorbeeld verwondingen waaraan ze overleden zouden zijn.

Alternatieve verklaringen voor dit soort casussen - die niet uitgaan van reïncarnatie, bedoel ik - zijn uiterst moeilijk te geven. Het lijkt bijvoorbeeld praktisch uitgesloten dat deze kinderen alleen maar via een soort helderziendheid afstemmen op herinneringen van een overledene (al dan niet via een universeel bewustzijnsveld of de zogeheten Akasha-kronieken). Daar is namelijk in de meeste gevallen geen concrete aanleiding toe, aangezien de persoon niet eens bekend is binnen de huidige omgeving van het kind. Bovendien verklaart zo'n hypothese niet waarom het kind zich bijna altijd beperkt tot één overledene2 en zich daarbij hevig, emotioneel met hem of haar identificeert. Het patroon lijkt helemaal niet op de kortstondige inleving bij een paragnost en ook niet op overname door de geest van een overledene. De moedervlekken en geboorteafwijkingen lijken het gevolg te zijn van een traumatische dood, in de vorm van een soort psychosomatisch effect tijdens de zwangerschap.
Om deze en soortgelijke redenen stelde Ian Stevenson volgens mij terecht dat een harde kern van casussen op dit gebied het gemakkelijkst verklaard kan worden door echte herinneringen aan vorige levens. Spontane reïncarnatieherinneringen van jonge kinderen wijzen met andere woorden werkelijk op het bestaan van reïncarnatie. Door onderzoekers die openstaan voor reïncarnatie wordt dit type bewijsmateriaal over het algemeen zelfs beschouwd als één van de sterkste soort aanwijzingen voor een leven na de dood. Maar wat zijn nu de raakvlakken tussen reïncarnatieonderzoek en onderzoek naar BDE's?

Controversieel onderzoeksobject met 'paranormale' aspecten
De eerste parallel tussen onderzoek naar reïncarnatie en BDE-onderzoek is natuurlijk dat we in allebei de gevallen te maken hebben met zogeheten grenswetenschappelijk onderzoek. Herinneringen aan vorige levens en zeker bijna-doodervaringen tijdens een toestand van klinische dood horen geen van beide bij de algemeen aanvaarde wetenschappelijke fenomenen. Met name materialistisch georiënteerde skeptici menen dat het in beide gevallen in feite om gewone neuropsychologische of psychologische verschijnselen gaat die verkeerd geïnterpreteerd worden door 'pseudowetenschappers'. De aspecten die onverklaarbaar lijken binnen een materialistisch wereldbeeld, de zogeheten 'paranormale' aspecten van zowel herinneringen aan een vroegere incarnatie als BDE's, worden bij voorbaat verworpen door skeptici. Zij negeren zulke aspecten of proberen ze terug te voeren tot reeds bekende processen. Als een kind paranormale uitspraken over een vorig leven doet, zal een skepticus proberen die uitspraken te herleiden tot normale voorkennis afkomstig uit de omgeving van het kind. Als een BDE-er paranormale uitspraken doet over handelingen die plaatsvonden terwijl hij of zij klinisch dood was, zal een skepticus ontkennen dat de patiënt echt klinisch dood is geweest. Onderzoekers van bijna-doodervaringen en reïncarnatieonderzoekers krijgen dus te maken met dezelfde soort dogmatische skeptische weerstand.

Herinneringen aan een 'doodervaring'
Jonge kinderen met herinneringen aan een vorig leven hebben vaak ook herinneringen aan de manier waarop ze overleden zijn. Er zijn ook kinderen die nog iets weten van wat er na hun dood gebeurd is. Ze hebben met andere woorden herinneringen aan een 'doodervaring' oftewel aan een toestand waarin hun lichaam dood reeds was. Er zijn gevallen die sterk doen denken aan bijna-doodervaringen.
Zo vertelde een Thaise jongen, Chanai Choomalaiwong: “Ik weet niet wie me dood schoot, omdat hij me van achteren raakte. Ik was niet bij kennis toen ik stierf. Daarna voelde ik echter hoe mijn ziel mijn lichaam verliet. Ik kon mezelf op de grond zien liggen. Mijn benen waren nog aan het samentrekken. Mijn bloed stroomde over de weg.”
Een Turkse jongen, Celal Kapan, beschreef hoe zijn lichaam werd weggevoerd met een ambulance en hoe de dokter vaststelde dat hij was overleden. Hij zag hoe men zijn stoffelijk overschot waste en sloeg vervolgens zelfs zijn eigen begrafenis gade.

BDE's met reïncarnatieherinneringen
Anderzijds zijn er ook bijna-doodervaringen waarin de patiënt inzage krijgt in zijn of haar vorige levens. Volgens een onderzoek van dr. Amber D. Wells leidt dit er toe dat een groot aantal BDE-ers na hun ervaring in reïncarnatie gaan geloven.
In sommige gevallen krijgt de patiënt tijdens de BDE ook informatie over vorige incarnaties van anderen of neemt zielen waar die op het punt staan om te reïncaneren. Overigens ken ik nog geen casussen van geverifieerde reïncarnatieherinneringen die tijdens een BDE naar boven zijn gekomen, maar dat wil natuurlijk allerminst zeggen dat die er niet zijn.

Terug uit een spirituele wereld

Ik ben in Terugkeer al eerder ingegaan op preëxistentieherinneringen3. Kinderen met reïncarnatieherinneringen hebben als je het letterlijk opvat natuurlijk allemaal herinneringen aan een voorbestaan voor dit leven. Maar er zijn ook kinderen die nog herinneringen hebben aan een geestelijke preëxistentie oftewel tussenperiode tussen de vroegere incarnatie en de huidige. Die 'tussenperiodeherinneringen' lijken opnieuw sterk op bijna-doodervaringen.
Een Indiaas meisje, Sunita Khandelwal wist bijvoorbeeld nog: “Ik ging naar boven. Er was een baba (heilige man) met een lange baard. Ze controleerden mijn stukken [record] en zeiden: 'Stuur haar terug'. Er zijn daar een aantal kamers. Ik heb Gods huis gezien. Het is erg mooi. Je weet niet wat daar allemaal is.”
Sommige kinderen beschrijven hoe ze op een gegeven moment de opdracht kregen terug te keren naar de aarde. Bijvoorbeeld de Nederlandse jongen Kees (pseudoniem) die herinneringen had aan een gewelddadige dood op een slagveld. Na zijn overlijden belandde hij in een prachtige geestelijke wereld waar hij extra lang mocht uitrusten vanwege zijn traumatische stervenservaring. Daarna werd hij echter weer naar de aarde gestuurd. Ik citeer uit mijn artikel over deze casus: “De engelen vertelden hem: 'Weet je, als je naar de aarde gaat, dan krijg je hulpen mee.' Hij zou dan beschermd worden. Het Grote Licht zei. 'Goed leven maken is je eigen verantwoording.'”

Conclusie
Op het eerste gezicht hebben reïncarnatieonderzoek en onderzoek naar bijna-doodervaringen weinig met elkaar gemeen. Als je echter wat langer kijkt, zie je dat er veel overlapping is. Onderzoek naar bijna-doodervaringen en onderzoek naar reïncarnatieherinneringen zijn in feite een soort zusjes van elkaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een aantal onderzoekers op beide terreinen actief is en er af en toe ook iets over reïncarnatie aangeboden kan worden aan Terugkeer.

Literatuur
- Rawat, K.S., & Rivas, T. (2005). The Life Beyond: Through the eyes of Children who Claim to Remember Previous Lives. The Journal of Religion and Psychical Research, 28, 3, 126-136.
- Rivas, T. (1998). Kees: Een Nederlands geval van herinneringen aan een vorige incarnatie met herinneringen aan een toestand tussen dood en wedergeboorte. Spiegel der Parapsychologie, 1, 43-55.
- Rivas, T. (2010). Heeft het aardse leven zin? Terugkeer,21(1), 12-14.
- Rivas, T., & Dirven, A. (2010). Van en naar het Licht: spirituele preëxistentie, sterfbedvisioenen, bijna-doodervaringen en uittredingen. Leeuwarden: Elikser.
- Stevenson, I. (2000). Bewijzen van reïncarnatie. Deventer: Ankh-Hermes.
- Tucker, J.N. (2006). Mamma, vroeger was ik... Utrecht: Bruna.
- Wells, A.D. (1993). "Reincarnation Beliefs among Near-Death Experiencers," Journal of Near-Death Studies12, Fall, 17–31.

Voetnoten

1 Met dank aan dr. Kirti Swaroop Rawat en Anny Dirven.

2 In een klein aantal gevallen hebben kinderen herinneringen aan meedere opeenvolgende levens.

3 Ik verwijs wat dit betreft graag naar het boek Van en naar het Licht van Anny Dirven en mij.

Dit artikel werd gepubliceerd in Terugkeer, 22 (1), voorjaar 2011, blz. 24-25.

Contact: titusrivas@hotmail.com